Het oog is een zintuig dat werkt als een ontvanger die de signalen uit de omgeving opvangt en doorgeeft aan de hersenen. In de hersenen worden de signalen omgezet in waarnemingen en worden deze in het geheugen opgeslagen. Pas in de hersenen worden we ons bewust van de voorwerpen die we zien. Het centrum voor het zien ligt achterin de hersenen (ter hoogte van het achterhoofd). Het waarnemen van de dingen om ons heen wordt dus niet bepaald door de ogen, maar door het centrum in de hersenen waar de elektrische signalen terecht komen. Het oog werkt als een soort fototoestel. In het oog zit, net als in een fototoestel, een compleet lenzenstel, een diafragma en een lichtgevoelige filmplaat. Het oog heeft twee lenzen: het hoornvlies cornea) en de eigenlijke lens (ooglens). De ooglens van jonge mensen is in staat om te accommoderen (in- en uitzoomen) waardoor men beelden op elke afstand (veraf en dichtbij) scherp waarneemt. Tussen de twee lenzen bevindt zich het diafragma, de pupil. Aan de binnenkant van de oogbol ligt de gevoelige filmplaat, het netvlies retina). Het lenzenstelsel zorgt ervoor dat op het netvlies een scherpe afbeelding komt.
De virtuele oogarts weet raad. Via deze link kunt u naar de vituele oogarts. Bedenk wel dat de virtuele oogarts geen diagnose kan stellen en ook niet uw eigen huisarts of oogarts kan vervangen. Voor het stellen van een betrouwbare diagnose is immers in vele gevallen aanvullend onderzoek nodig. Bij twijfel is het in alle gevallen aan te raden om met uw oogklachten een arts te bezoeken.
